ECLI:NL:CRVB:2018:3444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsstatus AOW en AKW bij grensoverschrijdende woonplaats in Spanje
Appellanten voerden bezwaar aan tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd vastgesteld dat zij niet verzekerd waren voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) over bepaalde periodes. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde de beroepen ongegrond, omdat appellanten hun woonplaats in 2006 naar Spanje hadden verlegd en daardoor niet als ingezetenen van Nederland konden worden aangemerkt.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten zich in een grensoverschrijdende situatie bevonden en dat het woonplaatsbegrip volgens Verordening (EG) nr. 883/2004 en de eerdere Verordening (EEG) nr. 1408/71 moest worden toegepast. Uit de feiten bleek dat appellanten hun woonplaats definitief naar Spanje hadden verplaatst en dat tijdelijke verblijven in Nederland niet tot een terugkeer van de woonplaats in Nederland leidden.
Verder werd overwogen dat appellant als zelfstandige ICT-werker werkzaamheden in zowel Spanje als Nederland verrichtte, maar dat niet aannemelijk was gemaakt dat de werkzaamheden in Spanje niet substantieel waren. Hierdoor was uitsluitend de Spaanse wetgeving van toepassing. Het beroep op het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de bestreden besluiten van de Svb gehandhaafd bleven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet verzekerd waren voor de AOW en AKW omdat zij hun woonplaats in Spanje hadden.