Uitspraak
16.5794 WIA
4 augustus 2016, 16/2734 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig medewerker laden en lossen, viel uit wegens lichamelijke klachten na een ongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze uitkering af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellant stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet kon reageren op een gewijzigd standpunt over zijn arbeidsongeschiktheid en dat zijn psychische klachten onvoldoende in acht waren genomen. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, de medische situatie juist was beoordeeld en de geschiktheid voor de geduide functies voldoende was aangetoond. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.