ECLI:NL:CRVB:2018:338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag begeleiding op grond van de Wmo 2015 afgewezen wegens voldoende zelfredzaamheid met hulpmiddelen
Appellant, bekend met diverse aandoeningen en valgevaarlijk, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk begeleiding aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees de aanvraag af, stellende dat appellant met hulpmiddelen zoals een rollator zelfstandig kan functioneren en begeleiding niet noodzakelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onderbouwd met een sociaal medisch advies en rapporten van een fysiotherapeut en ergotherapeut die het standpunt van het college onderschreven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hulpmiddelen het valgevaar niet wegnemen en dat hij zonder de aanwezigheid van zijn echtgenote niet kan functioneren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat uit de stukken, waaronder de Wlz-procedure, niet blijkt dat appellant onvoldoende zelfredzaam is of begeleiding nodig heeft. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor begeleiding op grond van de Wmo 2015 wordt afgewezen omdat appellant met hulpmiddelen voldoende zelfredzaam is.