ECLI:NL:CRVB:2018:3373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzame band met Nederland op 17e verjaardag
Appellant, geboren in Nederland in 1995, heeft meerdere periodes in Irak gewoond en is pas eind 2014 teruggekeerd naar Nederland. Hij vroeg op 8 december 2014 een Wajong-uitkering aan, die werd afgewezen omdat hij op zijn 18e verjaardag niet in Nederland woonde. Het bezwaar werd ongegrond verklaard omdat beoordeeld moest worden of hij op zijn 17e verjaardag ingezetene was, wat volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) niet het geval was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant sinds medio 2007 in Irak woonde en niet regelmatig in Nederland verbleef. In hoger beroep betwist appellant dit en stelt dat hij wel als ingezetene moet worden aangemerkt. De Raad overweegt dat voor ingezetenschap een duurzame persoonlijke band met Nederland op de 17e verjaardag vereist is.
Uit de feiten blijkt dat appellant sinds 2007 met zijn moeder en gezinsleden in Irak woonde, slechts kort in Nederland was voor medisch onderzoek in 2011 en pas eind 2014 terugkeerde. Hoewel zijn vader in Nederland bleef wonen en hij de Nederlandse nationaliteit bezit, is dit onvoldoende voor een duurzame band. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af.
Proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 25 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens ontbreken van duurzame band met Nederland op 17e verjaardag.