ECLI:NL:CRVB:2018:3360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen noodzakelijke gegevens
Appellante diende op 7 juni 2015 een aanvraag in voor bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat appellante, ondanks hersteltermijnen, niet de benodigde gegevens had overgelegd, waaronder bankafschriften van rekeningen bij een buitenlandse bank.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde aan dat zij slachtoffer was van identiteitsfraude en daardoor niet over de gevraagde gegevens kon beschikken. Tevens stelde zij dat het college deze gegevens bij een latere aanvraag niet noodzakelijk achtte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling van het recht op bijstand. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat zij niet redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken, mede omdat zij bij een latere aanvraag wel bankafschriften had overgelegd. Ook had zij geen verzoek gedaan om uitstel na een eerder verleend uitstel. Het college kon daarom terecht de aanvraag buiten behandeling stellen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke gegevens.