Uitspraak
17.2689 ZW, 17/4666 WIA
24 februari 2017, 15/4830 (aangevallen uitspraak 1) en van 23 mei 2017
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als testleider, meldde zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Na een periode van Wazo- en Ziektewetuitkeringen werd haar ZW-uitkering per 8 mei 2015 verlaagd omdat de arbeidsongeschiktheid niet langer aan zwangerschap of bevalling werd toegeschreven. Het UWV wees ook een WIA-uitkering af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde beide beroepen van appellante ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeelde en geen aanleiding zag voor het benoemen van een deskundige. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar medische klachten onvoldoende werden meegewogen, met name haar schildklierproblematiek en angststoornis.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, de verzekeringsartsen hadden de medische dossiers grondig bestudeerd en de beperkingen waren adequaat in kaart gebracht. De Raad vond geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en concludeerde dat de functies waarop de WIA-schatting was gebaseerd medisch geschikt waren.
De Raad wees de hoger beroepen af en bevestigde de aangevallen uitspraken. Tevens werden de verzoeken om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het beëindigen van de ZW-uitkering en de afwijzing van de WIA-uitkering wegens voldoende medisch onderzoek en passende functies.