ECLI:NL:CRVB:2018:3314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging ziekengeld na verkeersongeval
Appellante, werkzaam als activiteitenbegeleidster, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving ziekengeld van het UWV. Na een eerstejaars beoordeling werd vastgesteld dat zij met beperkingen nog 65,66% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellante maakte bezwaar en bracht medische stukken in, maar het UWV handhaafde het besluit na een herbeoordeling waarbij de belastbaarheid ongewijzigd bleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder onzorgvuldig medisch onderzoek en ongeschiktheid voor de geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de ingebrachte medische stukken geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling.
De Raad bevestigde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren. Bevindingen van een psychiater na de datum in geding werden niet meegenomen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.