ECLI:NL:CRVB:2018:3264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstandsverlening en aanvraagvereisten bij gehuwdennorm WWB
Appellanten voerden aan dat zij door het college waren afgehouden van het indienen van een aanvraag bij het college voor bijstand naar de gehuwdennorm, omdat zij waren gewezen op mogelijke gevolgen voor het verblijfsrecht van appellante. De Raad oordeelde dat het college niet verwijtbaar handelde, omdat het college verplicht was de aanvraag te melden bij de IND en de beslissing over het verblijfsrecht bij de IND lag.
Verder stelde de Raad vast dat het mutatieformulier van 24 juni 2014 niet als een aanvraag kan worden aangemerkt. Appellanten hadden ook niet duidelijk kenbaar gemaakt dat zij dit formulier als aanvraag beschouwden. Het college had hen meerdere malen verzocht een digitale aanvraag in te dienen, wat pas op 21 augustus 2014 met hulp van een baliemedewerker is gebeurd.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand toekende vanaf 21 augustus 2014, de datum van de daadwerkelijke aanvraag, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstand is terecht toegekend vanaf 21 augustus 2014, de datum van daadwerkelijke aanvraag.