Uitspraak
17.626 PW, 17/627 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
bezwaar te nemen met betrekking tot de terugvordering;
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand volgens de Participatiewet en werd door het college van burgemeester en wethouders van Rhenen beschuldigd van het voeren van een gezamenlijke huishouding met B zonder melding hiervan. Dit leidde tot beëindiging en intrekking van de bijstand en terugvordering van €38.086,78 over de periode 1 januari 2013 tot 10 augustus 2015, plus een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Na onderzoek, inclusief getuigenverklaringen van buurtbewoners en een onaangekondigd huisbezoek, stelde de Raad vast dat er onvoldoende bewijs was dat B vanaf 1 januari 2013 zijn hoofdverblijf bij appellante had. Wel was aannemelijk dat vanaf november 2013 sprake was van gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg. De rechtbank had dit niet goed beoordeeld, waardoor de intrekking en terugvordering over het eerste deel van de periode onterecht was.
De Raad vernietigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering over 1 januari tot 31 oktober 2013 en herroept het besluit van 29 oktober 2015 voor dat deel. Het college moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering. De boete werd gehandhaafd op €1.720,-, gelijk aan achttien maal 10% van de bijstandsnorm, gelet op grove schuld en draagkracht. De Raad veroordeelde het college tevens in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand over 1 januari tot 31 oktober 2013 vernietigd, terugvordering vanaf 1 november 2013 bevestigd, boete gehandhaafd.