ECLI:NL:CRVB:2018:3162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over uitbetaling bijzondere bijstand op rekening appellant
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten rechtsbijstand, met het verzoek uitbetaling te laten plaatsvinden op de rekening van zijn gemachtigde. Het college keerde de bijstand echter uit op de bankrekening van appellant, ondanks bezwaar en verzoeken tot correctie.
De rechtbank oordeelde dat het college in strijd met artikel 4:89, eerste lid, Awb handelde door niet op de door appellant gewenste rekening te betalen, maar dat de betaling toch bevrijdend was omdat het bedrag beschikbaar kwam op de rekening van appellant en niet was teruggevorderd.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de betaling op zijn rekening door het negatieve saldo niet te weigeren was en dat het college niet op alle bezwaren had beslist.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de betaling hem niet ter beschikking was gekomen en bevestigde dat het college bevrijdend had betaald. Ook was het college niet in gebreke met betrekking tot de dwangsom. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de uitbetaling van bijzondere bijstand op de rekening van appellant rechtsgeldig is en wijst het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.