ECLI:NL:CRVB:2018:316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing nieuwe aanvraag wegens overschrijding vermogensgrens door handelsobjecten
Appellanten ontvingen vanaf 1 april 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Bij een heronderzoek bleek dat appellant sinds 2010 circa 22 motorvoertuigen op zijn naam had, die werden aan- en verkocht. Dit leidde tot het oordeel dat sprake was van handelsobjecten en dat het vermogen van appellanten de vermogensgrens overschreed.
Het college trok de bijstand met ingang van 17 juni 2014 in en vorderde terugbetalingen over meerdere periodes. Tevens werd een nieuwe aanvraag afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens. Appellanten voerden onder meer aan dat schulden tegenover het vermogen stonden en dat leningen waren verstrekt, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellanten vanwege een te lange reactietermijn van het college, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde uiteindelijk de intrekking en afwijzing. Het beroep tegen het besluit van 22 juni 2016 werd ongegrond verklaard. De Raad concludeerde dat appellanten geen recht hadden op bijstand vanaf 17 juni 2014 en dat de schulden niet in mindering konden worden gebracht omdat geen concrete terugbetalingsverplichting was aangetoond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en afwijzing van nieuwe aanvraag wegens overschrijding van de vermogensgrens door handelsobjecten.