Uitspraak
17.3926 WUBO
OVERWEGINGEN
.De geverifieerde calamiteit speelt in het geheel geen rol van enige betekenis, aldus Ohlenschlager.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor toekenningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), waarbij zij erkend is als slachtoffer van oorlogsgeweld, te weten een evacuatie onder levensbedreigende omstandigheden tijdens de Japanse bezetting.
Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat geen verband werd geconstateerd tussen het oorlogsgeweld en haar gezondheidsklachten. In 2016 diende appellante een hernieuwde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. Het beroep richt zich op de vraag of het erkende oorlogsgeweld alsnog heeft geleid tot blijvende invaliditeit.
Medische adviezen van geneeskundig adviseurs van verweerder stelden dat de psychische klachten van appellante niet hoofdzakelijk veroorzaakt worden door het oorlogsgeweld, maar door andere, langduriger traumatische ervaringen. Het advies van een medisch adviseur namens appellante werd door de Raad niet gevolgd omdat het onvoldoende steun vond in het dossier.
De Raad acht het bestreden besluit zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd en ziet geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de toekenningen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van toekenningen op grond van de Wubo blijft in stand.