ECLI:NL:CRVB:2018:3147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van bijstand die aan appellant is verstrekt over de periode van 12 mei 2009 tot en met 28 februari 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Venray had een besluit genomen tot terugvordering op grond van het niet melden van het bezit van meerdere onroerende zaken in Turkije.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant tegen het besluit tot intrekking van de bijstand van 19 mei 2015 geen rechtsmiddel heeft aangewend, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Hierdoor is een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de intrekking niet meer mogelijk.
Op grond van artikel 58, eerste lid, van de Participatiewet was het college verplicht de gemaakte kosten van bijstand terug te vorderen. Appellant heeft geen zelfstandige gronden tegen de terugvordering aangevoerd. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens het niet melden van onroerend goed en wijst het hoger beroep af.