ECLI:NL:CRVB:2018:3147

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 september 2018
Publicatiedatum
12 oktober 2018
Zaaknummer
16-5957 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 58 Participatiewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Turkije

De zaak betreft een geschil over de terugvordering van bijstand die aan appellant is verstrekt over de periode van 12 mei 2009 tot en met 28 februari 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Venray had een besluit genomen tot terugvordering op grond van het niet melden van het bezit van meerdere onroerende zaken in Turkije.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant tegen het besluit tot intrekking van de bijstand van 19 mei 2015 geen rechtsmiddel heeft aangewend, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Hierdoor is een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de intrekking niet meer mogelijk.

Op grond van artikel 58, eerste lid, van de Participatiewet was het college verplicht de gemaakte kosten van bijstand terug te vorderen. Appellant heeft geen zelfstandige gronden tegen de terugvordering aangevoerd. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens het niet melden van onroerend goed en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

16.5957 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 augustus 2016, 15/3859 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Venray (college)
Datum uitspraak: 25 september 2018
Zitting hebben: M. Hillen, Y.J. Klik en E.C.G. Okhuizen.
Griffier: F.H.R.M. Robbers.
Namens appellant is verschenen mr. E. Kaya, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door C. Volleberg.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Het geschil ziet op de terugvordering van bijstand van appellant over de periode van
12 mei 2009 tot en met 28 februari 2015. Aan het besluit tot terugvordering van 29 juni 2015 heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen melding heeft gemaakt van het bezit van meerdere onroerende zaken in Turkije.
De Raad stelt met de rechtbank vast dat appellant tegen het besluit tot intrekking van bijstand van 19 mei 2015 geen rechtsmiddel heeft aangewend. Daarmee is het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode vanaf 12 mei 2009 in rechte onaantastbaar geworden. Een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de intrekking, die appellant ook in hoger beroep voorstaat, kan niet meer aan de orde kan zijn.
Gegeven de in rechte vaststaande intrekking van de bijstand was het college verplicht op grond van artikel 58, eerste lid, van de Participatiewet de gemaakte kosten van bijstand van appellant terug te vorderen. Appellant heeft tegen de terugvordering geen zelfstandige gronden aangevoerd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) M. Hillen

IJ