ECLI:NL:CRVB:2018:308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering na verkeersongeval met whiplashklachten
Appellant meldde zich ziek na een verkeersongeval en vroeg een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische beperkingen volgens het verzekeringsgeneeskundig protocol correct waren beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, zoals reiken, duwen, trekken en aandacht vasthouden, werden onderschat, mede door slaapstoornissen en vermoeidheid. Hij bracht uitgebreide medische stukken in, waaronder rapporten van een psycholoog en neuroloog.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de medische informatie geen ernstig nekletsel toonde, maar eerder psychogene klachten en een somatoforme stoornis. De Functionele Mogelijkhedenlijst hield hier voldoende rekening mee. De arbeidsdeskundige onderbouwde dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen.
Een aanvullend deskundigenonderzoek werd niet noodzakelijk geacht gezien de uitgebreide medische stukken. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellant af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is geweigerd.