ECLI:NL:CRVB:2018:3050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen
Appellant, werkzaam als controleur, viel in 2009 uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde in 2011 vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van maart 2011. Na een nieuwe ziekmelding in 2012 en medisch onderzoek in 2014 concludeerden verzekeringsartsen dat er geen sprake was van toename van beperkingen ten opzichte van 2011.
Het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV werd ongegrond verklaard door de rechtbank, die oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor een toename van psychische of hartklachten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen en dat het rapport van de medisch deskundige hiaten vertoonde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat er geen toename van beperkingen was sinds de FML van 2011. Medische rapporten van diverse psychiaters en verzekeringsartsen werden meegewogen. Inzendingen van medische informatie na de relevante periode konden in deze procedure niet worden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.