ECLI:NL:CRVB:2018:3004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitkering geweigerd wegens onredelijke termijn
Verzoekers hebben verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2004, waarin hun IOAZ-uitkering was ingetrokken en teruggevorderd vanwege het opnieuw inschrijven van een vennootschap onder firma. Het verzoek tot herziening werd ingediend op 13 augustus 2017, ruim meer dan een jaar nadat zij nieuwe bewijsstukken hadden verkregen die volgens hen de eerdere uitspraak onjuist maakten.
De Raad overwoog dat herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro alleen mogelijk is indien het verzoek binnen een redelijke termijn wordt ingediend, doorgaans binnen één jaar na bekendwording van nieuwe feiten of omstandigheden. Verzoekers stelden dat zij eerst hadden geprobeerd schade te verhalen op de gemeente, maar dit werd niet als rechtvaardiging voor de late indiening geaccepteerd.
De Raad concludeerde dat het verzoek onredelijk laat was en daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige indiening van herzieningsverzoeken in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak uit 2004 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.