ECLI:NL:CRVB:2018:2956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Schoneveld
- J. Tuit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering bijstand wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving bijstand over bepaalde periodes, die het college herzag en introk wegens het verzwijgen van een gezamenlijke huishouding. Vervolgens vorderde het college de bijstandskosten terug en stelde een boete in het vooruitzicht, waarbij appellante een zienswijze indiende.
De zienswijze werd echter niet aangemerkt als een tijdig bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit. Het bezwaar dat appellante later indiende werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees erop dat appellante niet redelijkerwijs mocht vertrouwen op ontvankelijkheid van het latere bezwaar. De Raad bevestigde dat de zienswijze niet als bezwaar kon worden beschouwd, mede omdat de inhoud ervan niet inging op de terugvordering zelf.
Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.