ECLI:NL:CRVB:2018:2934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellant niet beperkt is in concentratievermogen en aandacht bij WIA-uitkering
Appellant was met ingang van 1 februari 2010 in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA. Het UWV stelde bij besluit van 28 november 2012 vast dat appellant niet in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering, maar deze beslissing werd door de Raad herroepen. Vervolgens stelde het UWV bij besluit van 13 augustus 2015 vast dat appellant vanaf 29 januari 2013 niet langer in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep consistent en concludent was. Appellant stelde zich op het standpunt dat uit rapporten van psychiaters Notten en Güzelcan beperkingen in concentratie en aandacht voortvloeiden, maar de Raad oordeelde dat deze rapporten geen aanleiding gaven om de vaststellingen van het UWV te herzien.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht geen beperkingen heeft aangenomen ten aanzien van concentratievermogen en het vasthouden en verdelen van aandacht. Het rapport van psychiater Notten gaf aan dat appellant geringe psychische beperkingen heeft, die zijn meegenomen bij de functieselectie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.