ECLI:NL:CRVB:2018:2923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage op 75,65% in WIA-herbeoordeling
Appellant, voormalig software architect, meldde zich in 2010 ziek met klachten van vermoeidheid en concentratieproblemen. Na een initiële vaststelling van 100% arbeidsongeschiktheid kreeg appellant bij een herbeoordeling een percentage van 41,78% toegekend door het UWV. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, waarna de rechtbank de arbeidsongeschiktheid verhoogde naar 75,65% op basis van een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
In hoger beroep betwistte appellant deze vaststelling en overhandigde een rapport van een onafhankelijke verzekeringsarts die de beperkingen van appellant onderschat achtte. Het UWV handhaafde haar standpunt met een eigen rapport. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de door appellant gestelde verdere beperkingen onvoldoende objectief waren.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de onafhankelijke deskundige zorgvuldig en overtuigend was en dat appellant geen overtuigende argumenten had aangevoerd om het rapport te verwerpen. De arbeidsdeskundige had bovendien adequaat aangetoond dat appellant de geselecteerde functies medisch gezien kon vervullen. Daarom werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage op 75,65%.