ECLI:NL:CRVB:2018:2893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens niet-naleving verantwoording AWBZ-zorg
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor AWBZ-zorg over 2013. Het zorgkantoor stelde het pgb bij besluit op nihil vast en vorderde de betaalde voorschotten terug omdat appellante niet voldeed aan de administratieve verplichtingen en onvoldoende aannemelijk maakte dat het pgb aan AWBZ-zorg was besteed.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en de terugvordering te doen. Appellante voerde aan dat zij wel aan de verantwoordingsplicht had voldaan, dat het zorgkantoor haar zorgplicht had geschonden en dat het verantwoordingsvrije deel niet teruggevorderd mocht worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de administratie niet voldeed aan de eisen, onder meer doordat zorgverleners vooruit waren betaald en facturen niet overeenkwamen met betalingen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat het pgb daadwerkelijk aan AWBZ-zorg was besteed. De Raad verwierp het beroep op zorgplicht van het zorgkantoor en bevestigde dat het zorgkantoor bevoegd was het pgb op nihil vast te stellen en de voorschotten terug te vorderen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het pgb wordt op nihil vastgesteld met terugvordering van de voorschotten.