ECLI:NL:CRVB:2018:2840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij kostendelersnorm
Appellante ontvangt algemene bijstand en woont met haar niet rechtmatig verblijvende echtgenoot en kinderen samen. Het college heeft vanaf 1 juli 2015 de kostendelersnorm toegepast, waardoor appellante minder bijstand ontvangt. Ter compensatie verleende het college bijzondere bijstand en later een toeslag van 20% van de gehuwdennorm.
Appellante maakte bezwaar tegen de uitkeringsspecificaties van juli en augustus 2016, waarin de toeslag niet werd uitgekeerd vanwege gewijzigde inkomenssituatie. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de uitkeringsspecificatie van augustus 2016 geen zelfstandig besluit was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij op de toezegging van de toeslag mocht vertrouwen en pas na ontvangst van de specificatie van augustus 2016 bezwaar kon maken. De Raad oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheid is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.