ECLI:NL:CRVB:2018:2819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet gemeld onroerend goed in Marokko
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de AIO-aanvulling van appellant ingetrokken per 1 januari 2007 en de kosten over januari 2007 tot en met augustus 2013 teruggevorderd, omdat appellant niet had gemeld dat hij eigenaar was van een woning in Marokko. Een taxatie van een lokale makelaar uit april 2013 wees uit dat de woning een waarde had die het recht op AIO-aanvulling uitsloot vanaf die datum.
De rechtbank Rotterdam onderschreef deze besluitvorming. Appellant stelde dat het onderzoek naar zijn vermogen in Marokko discriminerend was, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek deel uitmaakte van een algemeen onderzoek en niet discriminerend was, conform eerdere jurisprudentie.
Verder voerde appellant aan dat er onvoldoende feitelijke grondslag was voor het eigendom van de woning. De Raad stelde echter vast dat verklaringen van een lokale ambtenaar en stukken van appellant zelf, waaronder een overdrachtsakte en een verklaring van zijn dochter, voldoende bewijs boden dat appellant eigenaar was tot 10 oktober 2014 en dus kon beschikken over de woning.
De Raad wees ook op belastinggegevens die het eigendom bevestigen. Nadere stukken die appellant tijdens het hoger beroep indiende, veranderden niets aan de situatie. De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en wees de beroepsgronden van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet gemeld onroerend goed in Marokko.