ECLI:NL:CRVB:2018:2790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek intrekkingsbesluit bijstand wegens niet-nieuwe feiten
Appellant ontving bijstand sinds februari 2013, maar het college trok deze in per 31 januari 2014 vanwege een te hoog vermogen na verkoop van zijn woning. Later werd bij terugvordering vastgesteld dat appellant niet alle bankrekeningen had opgegeven, wat leidde tot intrekking van de bijstand en een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant verzocht om herziening van deze besluiten op grond van nieuwe bewijsstukken die tijdens de bezwaarprocedure aan het licht kwamen. Het college wees dit verzoek af omdat de aangevoerde feiten niet als nieuw konden worden beschouwd volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de omstandigheden al eerder had kunnen aanvoeren en dat de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk was. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak, waarbij tevens geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.