ECLI:NL:CRVB:2018:2681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkeringen na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als huishoudelijk medewerkster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar ziekengelduitkering per 26 oktober 2015 en later per 1 februari 2016.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat de medische onderzoeken onzorgvuldig waren en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen vanwege haar complexe lichamelijke en psychische klachten en haar zorgtaken. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische informatie en beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar klachten op de relevante data zodanig ernstig waren dat zij niet geschikt was voor de geduide functies. Het verzoek om een onafhankelijk deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de juistheid van de medische rapporten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en verklaarde de hoger beroepen ongegrond, waarmee de beëindiging van de ziekengelduitkeringen rechtmatig werd geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ziekengelduitkeringen terecht zijn beëindigd omdat appellante geschikt was voor ten minste één van de geduide functies.