ECLI:NL:CRVB:2018:2679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Y. Azirar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling WAO-uitkering bij toegenomen psychische en lichamelijke klachten
Appellant, voormalig machinestikker, vroeg om herbeoordeling van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen psychische klachten en lagerugklachten. Het UWV had de uitkering ingetrokken na een eerdere beoordeling die stelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was. In bezwaar en beroep werden rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen overlegd die de beperkingen van appellant vaststelden en bevestigden dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt bleef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen medische stukken waren die aantonen dat de beperkingen te licht waren ingeschat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen inzichtelijk gemotiveerd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 27 mei 2016, waarin onder meer werd vastgesteld dat appellant beperkt is voor zwaardere rugbelastende activiteiten en voor arbeid die voortdurende concentratie vereist.
De Raad vond de geselecteerde functies passend gelet op de beperkingen en oordeelde dat het bestreden besluit weliswaar aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, maar dat dit door de aanvullende rapporten in hoger beroep werd hersteld. De schending van het motiveringsbeginsel werd daarom gepasseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.