ECLI:NL:CRVB:2018:2677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- A.I. van der Kris
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopster, meldde zich ziek met spanningsklachten en neurologische spier- en rugklachten. Het UWV stelde op 4 juli 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig en volledig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, onderbouwd met een psychiatrisch rapport van dr. Busard. Het UWV handhaafde haar standpunt met aanvullende medische en arbeidsdeskundige rapporten. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek adequaat was, de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het psychiatrisch rapport geen aanleiding gaf tot een ander oordeel, mede omdat de psychische klachten pas na de datum in geding waren vastgesteld.
Verder oordeelde de Raad dat de gekozen functies passend waren en dat er geen noodzaak was tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.