ECLI:NL:CRVB:2018:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken handtekening bij bijstandsuitkering
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over een bepaalde periode en vorderde een bedrag terug, waarna de bijstand werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaarschrift was niet ondertekend. Het college gaf haar de mogelijkheid om dit gebrek te herstellen binnen een termijn, maar appellante maakte hier geen gebruik van.
De brief met het verzoek tot herstel werd aangetekend verzonden via een koeriersbedrijf, dat de brief tweemaal aan het adres van appellante aanbood en een kaart-in-bus achterliet met instructies voor het maken van een nieuwe bezorgafspraak. Appellante ontkende ontvangst van de brief op de eerste aanbiedingsdag, maar ontving wel de kaart op de tweede dag. Zij heeft geen contact opgenomen om de brief alsnog te ontvangen.
De Raad oordeelde dat het college voldoende heeft gedaan om appellante in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Het enkele feit dat appellante geen gebruik maakte van deze mogelijkheid en geen bewijs leverde van het ontbreken van een juiste bezorgmogelijkheid, leidt tot de conclusie dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep slaagt niet en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een handtekening en het niet herstellen binnen de gestelde termijn.