ECLI:NL:CRVB:2018:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-giraal betalen zorgverleners
Appellante ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €15.273,- voor AWBZ-zorg. Het zorgkantoor stelde dit pgb later vast op €0,- en vorderde het volledige bedrag terug omdat appellante haar zorgverleners contant had betaald, wat in strijd was met de Regeling subsidies AWBZ (Rsa).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij het pgb voldoende had verantwoord en mocht vertrouwen op goedkeuring van het zorgkantoor, omdat dit in voorgaande jaren ook was gebeurd.
De Raad verwierp deze gronden, benadrukte dat appellante meerdere malen was gewezen op de verplichting tot giraal betalen en dat het zorgkantoor rekening houdt met de beslagvrije voet bij invordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.