Uitspraak
17.2684 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.T. de Kwaasteniet als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Trox als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2018.
Centrale Raad van Beroep
Werknemer viel uit wegens een bedrijfsongeval en had bijkomende klachten, waarna hij een WIA-uitkering aanvroeg. Het UWV stelde vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, met name dat het tweede spoor te laat was ingezet en dat er geen rechtvaardiging was om af te zien van onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de werkgever terecht eerst had ingezet op terugkeer in de eigen functie, maar dat vanaf de eerstejaarsevaluatie voortvarender andere re-integratiestappen hadden moeten worden gezet.
De Raad vond dat het ontbreken van een medische eindsituatie geen reden was om het starten van het tweede spoor uit te stellen. De werkgever had eerder moeten starten met het tweede spoor en de re-integratie-inspanningen waren onvoldoende. Daarom was de loonsanctie terecht opgelegd.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.