Uitspraak
13 februari 2017, 16/4031 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
M. Euser.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding is een onderzoek ingesteld naar zijn werkzaamheden bij een autobedrijf. Fraudepreventiemedewerkers constateerden dat appellant dagelijks aanwezig was tijdens reguliere werktijden en zijn auto bij het bedrijf stond geparkeerd. Medewerkers verklaarden dat appellant de werkplaats opende en daar aan het werk was.
Appellant ontkende werkzaamheden te verrichten en stelde dat hij alleen kwam ontbijten en vrienden bezoeken. Het bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat aanwezigheid op een werkplek tijdens reguliere uren veronderstelt dat er arbeid wordt verricht. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen. De intrekking en terugvordering van de bijstand zijn daarom terecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verrichten van niet-gemelde werkzaamheden bij het autobedrijf worden bevestigd.