ECLI:NL:CRVB:2018:2577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding inkomsten oplichting en hennepteelt
Appellante en haar ex-partner ontvingen bijstand volgens de Participatiewet. Na ontdekking van een hennepkwekerij en verdenking van oplichting door de ex-partner, trok het college de bijstand in en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Appellante werd in een strafzaak vrijgesproken van medeplegen heling, maar de bestuursrechter oordeelde dat dit niet leidde tot schending van de onschuldpresumptie in de bestuursrechtelijke procedure.
De Raad overwoog dat in gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden gezien, waardoor appellante zich niet kon beroepen op onbekendheid met de activiteiten van haar ex-partner. De bestuursrechtelijke procedure kent een objectieve inlichtingenplicht en minder strenge bewijsregels dan strafrecht, waardoor het college terecht de bijstand introk en terugvorderde.
Appellante voerde aan dat het college had moeten afzien van terugvordering wegens haar gewijzigde woonsituatie en onwetendheid, maar dit werd verworpen omdat dringende redenen alleen gelden bij uitzonderlijke sociale of financiële gevolgen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante wegens niet-melding van inkomsten uit oplichting en hennepteelt.