ECLI:NL:CRVB:2018:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na whiplashtrauma en depressieve klachten
Appellant, voormalig leidinggevend voorman schoonmaak, meldde zich ziek na een auto-ongeluk in 2010 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer door psychische klachten en een depressieve episode. De rechtbanken verklaarden zijn beroepen ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de beperkingen juist had vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbanken onvoldoende rekening hadden gehouden met medische verklaringen en dat een onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbanken terecht geen aanleiding zagen voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek en bevestigde de eerdere uitspraken.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat, de geselecteerde functies passend waren en dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.