ECLI:NL:CRVB:2018:2529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- A.I. van der Kris
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving een WW-uitkering van het Uwv voor de periode van november 2012 tot april 2014. Na een anonieme tip verrichtte het Uwv onderzoek waaruit bleek dat appellant als zelfstandige werkzaam was, hetgeen niet was gemeld. Hierdoor werd de uitkering herzien en teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en boete, maar het Uwv handhaafde de terugvordering en verlaagde de boete vanwege aflossingscapaciteit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de werkzaamheden niet te melden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen inlichtingenplicht had geschonden en dat zijn verklaring onjuist was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat alle activiteiten, ook zonder inkomsten, gemeld hadden moeten worden. De opgelegde boete werd als evenredig beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WW-uitkering en de opgelegde boete wegens niet melden van zelfstandige werkzaamheden.