ECLI:NL:CRVB:2018:2527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering van 45 tot 55 procent na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als machinebediende/heftruckchauffeur, raakte arbeidsongeschikt na een val van vier meter hoogte in 2001 en ontving sinds 2002 een WAO-uitkering. Het UWV herbeoordeelde in 2014 de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde deze vast op 45 tot 55%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen, waaronder PTSS en chronische pijnklachten, werden onderschat. Hij overlegde een expertiseverslag van Icara en een aanvullend rapport van Offermans.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond dat de medische rapporten onvoldoende aanleiding boden om het UWV-standpunt te wijzigen. De geschiktheid van appellant voor geselecteerde functies bleef onverminderd van toepassing.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit dat appellant recht heeft op een WAO-uitkering van 45 tot 55%.