ECLI:NL:CRVB:2018:2477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- B.J. van de Griend
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvullend smartengeld PTSS politieambtenaar na medische eindsituatie
Betrokkene, een politieambtenaar met erkende PTSS als beroepsziekte, had aanvankelijk smartengeld toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 69%. Na een latere vaststelling door het UWV dat betrokkene 100% arbeidsongeschikt was, verzocht betrokkene om herziening van het smartengeld. De korpschef wees dit verzoek af omdat het systeem voorziet in een eenmalige beoordeling en toekenning van smartengeld, gebaseerd op een medische eindsituatie.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat zij oordeelde dat bij het oorspronkelijke besluit nog geen sprake was van een medische eindsituatie en dat betrokkene en een collega in vergelijkbare situaties waren, waardoor het gelijkheidsbeginsel van toepassing was. De korpschef nam in een nadere beslissing het standpunt in dat de eerdere toekenning aan de collega een fout was, die niet herhaald hoefde te worden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de korpschef terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Het systeem van smartengeld kent een eenmalige vaststelling van invaliditeit of arbeidsongeschiktheid, en latere veranderingen, ook ten voordele van betrokkene, kunnen niet leiden tot een nieuwe toekenning. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het bestuursorgaan niet gehouden is om in het verleden gemaakte fouten te herhalen.
De Raad veroordeelt de korpschef tot betaling van proceskosten en bepaalt griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 augustus 2018.
Uitkomst: Het beroep van de korpschef wordt ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullend smartengeld wordt definitief afgewezen.