Uitspraak
16.8117 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich op 20 maart 2014 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit van 28 januari 2015 vast dat appellant per 20 april 2015 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in andere functies. Appellant meldde zich opnieuw ziek op 21 oktober 2015 en het UWV besloot op 1 december 2015 dat hij per 7 december 2015 geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant volgens de verzekeringsartsen geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de functies medisch geschikt waren en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelt dat het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist is en dat de medische situatie van appellant op de datum in geding voldoende is onderzocht. De psychische klachten zijn meegewogen en er was geen sprake van een ernstig invaliderend depressief beeld. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen grond voor vergoeding van schade of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ZW-uitkering wordt bevestigd.