ECLI:NL:CRVB:2018:2324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand Bbz 2004 wegens niet-beëindiging onderneming
Appellanten hebben bij het college van burgemeester en wethouders van Vaals bijstand aangevraagd op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), met de mededeling hun onderneming te zullen beëindigen. Het college kende bijstand toe onder de voorwaarde dat het bedrijf uiterlijk 31 december 2013 zou worden beëindigd.
Na een controle bleek dat appellanten hun bedrijf niet hadden beëindigd. Het college besloot daarom de verleende lening van €12.034,99 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten onder meer schending van het hoor- en wederhoor en onduidelijkheid over de terugvorderingsvoorwaarde aan. De Raad oordeelde dat het horen correct was verlopen en dat bedrijfsbeëindiging als voorwaarde duidelijk was gesteld. Ook was de terugvordering gebaseerd op artikel 47 van Pro het Bbz 2004, een zelfstandige wettelijke grond.
Verder faalde het beroep op dringende redenen om van terugvordering af te zien, omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen zou leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de verleende bijstand wegens het niet beëindigen van de onderneming.