Uitspraak
18.551 AW
mr. M. Dijk.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de politie als Coördinator Vreemdelingendienst en later senior GGP, verzocht om met terugwerkende kracht salarisschaal 9 toe te kennen voor zijn werkzaamheden als hulpofficier van justitie (hovj). Hij baseerde dit op een vermeende vaste gedragslijn binnen de voormalige politieregio waarbij hovj-gecertificeerde politieambtenaren tijdelijk in salarisschaal 9 werden bezoldigd.
De korpschef wees dit verzoek af omdat de vaste gedragslijn niet op appellant van toepassing was, mede omdat deze lijn slechts gold voor hovj-diensten binnen de Basispolitiezorg/Gebiedsgebonden Politie (BPZ/GGP). Appellant voerde aan dat de voorwaarden voor toepassing van de gedragslijn slechts drie jaar dienst en hovj-certificaat waren, maar de Raad volgde de korpschef en rechtbank dat de inzet voor reguliere hovj-diensten in de BPZ/GGP een essentiële voorwaarde was.
De Raad oordeelde dat appellant’s werkzaamheden primair betrekking hadden op de Vreemdelingenwetgeving en niet op reguliere hovj-diensten binnen BPZ/GGP. De vaste gedragslijn was daarom niet op hem van toepassing en hij kwam niet in aanmerking voor de hogere salarisschaal. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen tijdelijke bezoldiging in salarisschaal 9 toegekend.