ECLI:NL:CRVB:2018:2126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wlz-aanvraag op grond van psychiatrie zonder andere grondslag
Appellante, bekend met schizofrenie, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat de grondslag psychiatrie geen toegang tot de Wlz geeft en er geen andere grondslag was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch advies van de medisch adviseur van het CIZ zorgvuldig was en dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Appellante bracht geen aanvullende medische informatie aan om het tegendeel te bewijzen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel recht had op een Wlz-indicatie vanwege een somatische grondslag of verstandelijke beperking, en dat het onderzoek door het CIZ onvolledig en onzorgvuldig was geweest. De Raad oordeelde dat het advies van de medisch adviseur zorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer op basis van informatie van behandelaars, huisarts en een huisbezoek.
De Raad zag geen aanwijzingen voor een andere grondslag dan psychiatrie, die geen toegang tot de Wlz biedt. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wlz-aanvraag op grond van psychiatrie wordt bevestigd.