ECLI:NL:CRVB:2018:2085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woon- en verblijfsituatie
Appellant heeft bij de gemeente Amsterdam een aanvraag om bijstand ingediend en opgegeven dat hij afwisselend op twee adressen verbleef. De gemeente voerde een onderzoek uit waarbij bleek dat de verklaringen van appellant en zijn schoonzus over het verblijf niet overeenkwamen. Appellant verklaarde tijdens een huisbezoek dat hij al twee weken onafgebroken op één adres verbleef, wat in tegenspraak was met eerdere opgaven.
De gemeente wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk afwisselend op de opgegeven adressen verbleef en daarmee zijn inlichtingenplicht had geschonden. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het aan de aanvrager is om controleerbare gegevens te verstrekken over zijn verblijfplaats en dat het college terecht heeft geconcludeerd dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de aanvraag terecht afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van afwisselend verblijf en schending van de inlichtingenplicht.