ECLI:NL:CRVB:2018:19
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.L. van Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huur en borg wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 1998 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur en borg bij verhuizing naar een nieuwe woning. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en appellante zelf had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Raad beoordeelde dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, maar dat deze kosten in principe uit het inkomen of door reservering moeten worden voldaan. Appellante stelde dat de verhuizing onvoorzien was vanwege een urgente situatie, waardoor reserveren niet mogelijk was. De Raad oordeelde echter dat de verhuizing niet onvoorzien was, gezien de urgentieverklaring van december 2014, en dat appellante voldoende gelegenheid had om te reserveren.
Ook het argument dat andere noodzakelijke kosten de reserveringsruimte wegnamen, werd verworpen omdat het ontbreken van reserveringscapaciteit of het hebben van schulden geen bijzondere omstandigheid vormt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eerste maand huur en borg wordt bevestigd omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.