ECLI:NL:CRVB:2018:1877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
AOW-pensioen geweigerd wegens onvoldoende bewijs geboortedatum 1948
Appellante, gehuwd met een in Nederland werkzame echtgenoot, vroeg in november 2013 een AOW-pensioen aan met als geboortedatum 1948. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) baseerde zich op authentieke huwelijksdocumenten uit 1973 en een familieboekje uit 1974 waarin haar geboortejaar 1955 vermeld staat, en wees de aanvraag af omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt.
Appellante overhandigde latere documenten, waaronder een geboorteakte uit 2003 en een certificat de concordance uit 2014, die haar geboortejaar als 1948 vermeldden. Ook werd een aanvulling op haar huwelijksakte uit 2015 overgelegd, waarin een buitenlandse rechtbank het geboortejaar 1948 vastlegde op haar verzoek.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat authentieke stukken van vóór 1973 ontbraken die het geboortejaar 1948 bevestigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de latere stukken en het buitenlandse vonnis geen doorslaggevende bewijskracht hebben. De Raad volgt vaste jurisprudentie dat authenticiteit en datum van documenten doorslaggevend zijn en dat medische of buitenlandse rechterlijke vaststellingen zonder controleerbare gegevens onvoldoende bewijs vormen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van de SVB in stand dat appellante geen AOW-pensioen ontvangt omdat zij volgens de SVB in 1955 is geboren en dus nog niet pensioengerechtigd is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van het AOW-pensioen wordt bevestigd.