ECLI:NL:CRVB:2018:1869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde autohandel
Appellant ontving bijstand sinds 2009 en was geregistreerd als eigenaar van meerdere voertuigen in korte periodes. Uit onderzoek bleek dat hij in acht maanden transacties met voertuigen verrichtte zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor vijf transactiemaanden met specifieke voertuigen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het ging om privégebruik en niet om handel, met onderbouwing dat sommige voertuigen kort werden gehouden vanwege misrekening of bruikleen.
De Raad oordeelde dat de korte tenaamstellingsperiodes en het bezit van meerdere voertuigen tegelijk wijzen op handelstransacties. Appellants verklaring dat auto’s zijn hobby zijn en dat hij auto’s koopt en opknapt, werd als bewijs van handel beschouwd. De verklaring van de garagehouder over bruikleen werd verworpen vanwege tegenstrijdigheden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autohandel wordt bevestigd.