ECLI:NL:CRVB:2018:1713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke beslistermijn in bijstandszaak
Appellante en appellant hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor bijstand als alleenstaande ouder vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep heeft het college het eerdere besluit ingetrokken en alsnog bijstand toegekend over een bepaalde periode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure is overschreden, met name in de rechterlijke fase, die ruim twee jaar langer duurde dan toegestaan. De Raad wijst een immateriële schadevergoeding van € 2.500,- toe aan appellante wegens deze overschrijding.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep gegrond. De beslissing is genomen zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018.
Uitkomst: Vernietiging van eerdere uitspraak en toekenning van € 2.500,- schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.