ECLI:NL:CRVB:2018:169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV na zorgvuldig medisch onderzoek bij arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als [naam functie] en meldde zich ziek met psychische klachten. Na beëindiging van het dienstverband beoordeelde het UWV zijn recht op ziekengeld. Uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en meer dan 65% van zijn loon kan verdienen met andere functies.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en verwees naar medische stukken uit Duitsland die volledige arbeidsongeschiktheid zouden aantonen. De Raad oordeelt echter dat deze stukken geen basis bieden voor meer beperkingen dan vastgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Duitse uitkeringsinstantie en huisarts stelden 100% arbeidsongeschiktheid vast, maar dit is niet bindend voor de beoordeling volgens de Ziektewet.
De Raad bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is. De drie overgebleven functies zijn medisch geschikt voor appellant, waarbij signaleringen en beperkingen adequaat zijn besproken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.