Uitspraak
16.4007 WAO
OVERWEGINGEN
€ 14.065,38) worden van appellant teruggevorderd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WAO-uitkering die het UWV later corrigeerde vanwege hogere inkomsten uit zelfstandige arbeid, wat leidde tot terugvordering van te veel betaalde bedragen over de jaren 2009 tot en met 2012.
De rechtbank oordeelde dat toepassing van artikel 44 van Pro de WAO met terugwerkende kracht niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, mede omdat appellant verplicht was zijn inkomsten te melden en het voor hem redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat hij te veel ontving. Ook werd bevestigd dat het UWV terecht de MKB-winstvrijstelling meerekende bij de berekening van het maatmaninkomen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat hij niet het gehele jaar werkte en dat de MKB-winstvrijstelling niet had mogen worden toegepast. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.