ECLI:NL:CRVB:2018:1596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering ondanks volledige arbeidsongeschiktheid per 5 januari 2015
Werkneemster is sinds 7 januari 2013 arbeidsongeschikt door diverse lichamelijke klachten en heeft op 11 augustus 2014 een operatie aan de rechterhand ondergaan. Het UWV kende haar per 5 januari 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 100% arbeidsongeschiktheid, maar weigerde een IVA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van werkneemster tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat er een reële kans op herstel bestond binnen een jaar na de datum in geding. Dit oordeel werd gebaseerd op medische rapporten van verzekeringsartsen en informatie van de handchirurg, die een gunstige prognose voor herstel gaven.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde dat de beperkingen op 5 januari 2015 niet als duurzaam konden worden aangemerkt en dat latere verslechteringen geen rol konden spelen bij de beoordeling van die datum.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht geen IVA-uitkering heeft toegekend en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat werkneemster geen recht heeft op een IVA-uitkering per 5 januari 2015 omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.