ECLI:NL:CRVB:2018:1554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand als geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante ontving bijstand en kreeg bijzondere bijstand toegekend in de vorm van een geldlening voor aflossing van een huurschuld. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de bijstand als geldlening werd verstrekt vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat ook rekening gehouden had moeten worden met huurachterstanden die na het oorspronkelijke besluit waren ontstaan. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur niet verplicht was deze nieuwe achterstanden mee te nemen bij de bezwaarheroverweging, omdat deze niet binnen het tijdvak van het oorspronkelijke besluit vielen.
Verder werd geoordeeld dat appellante onvoldoende verantwoordelijkheid toonde omdat zij een inwonende persoon niet kon dwingen bij te dragen aan woonkosten, wat mede de financiële problemen veroorzaakte. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand als geldlening en wijst het hoger beroep af.