ECLI:NL:CRVB:2018:1515
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening afstemming bijstand met toeslag kostendelersnorm wegens gemis alleenstaande ouderkop
Verzoekster ontvangt sinds 2004 bijstand en is gehuwd met een niet-rechthebbende partner zonder rechtmatig verblijf. Zij heeft vier minderjarige kinderen en ontvangt bijstand volgens de kostendelersnorm van 50% van de gehuwdennorm, aangevuld met 20% vanwege het gemis van de alleenstaande ouderkop (ALO-kop).
Het college heeft haar aanvraag voor bijzondere bijstand afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van verzoekster tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Verzoekster stelt dat zij onvoldoende middelen heeft om in het levensonderhoud van haar gezin te voorzien en verzoekt om een voorlopige voorziening om de bijstand te verhogen tot 90% van de gehuwdennorm.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster door het ontbreken van toeslagen en het feit dat haar partner geen recht heeft op bijstand, aanzienlijk minder middelen heeft dan vergelijkbare alleenstaande ouders. Gezien haar financiële noodsituatie en het ontbreken van mogelijkheden om meer inkomsten te genereren, is er aanleiding om de bijstand nader af te stemmen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en dat de aangevallen uitspraak naar verwachting geen stand zal houden. Daarom wordt het college bevolen om met ingang van 1 maart 2018 een voorschot te verlenen op de bijstand tot 90% van de gehuwdennorm, onder aftrek van de middelen van de partner. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het college wordt bevolen de bijstand van verzoekster te verhogen tot 90% van de gehuwdennorm met ingang van 1 maart 2018.