ECLI:NL:CRVB:2018:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking AIO-aanvulling wegens onvoldoende bewijs eigendom woning
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf 1 juli 2007 bijstand en vanaf 1 juli 2009 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb startte een onderzoek naar het recht op deze voorzieningen, waarbij werd vastgesteld dat appellant eigenaar zou zijn van twee woningen in Marokko. Op basis hiervan trok de Svb bij besluiten van 18 maart 2015 de bijstand en AIO in en vorderde ten onrechte ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant het eigendom van woning 1 over de periode van 1 juli 2007 tot 1 juli 2008. De Raad oordeelt dat de Svb onvoldoende feitelijke grondslag heeft voor het standpunt dat appellant in die periode eigenaar was. De verklaringen van de cheikh en getuigen ondersteunen het eigendom vanaf 1 juli 2008, maar niet daarvoor.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor de periode 1 juli 2007 tot 1 juli 2008 en herroept de intrekking voor die periode. Voor de periode vanaf 1 juli 2008 blijft het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad de Svb in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de AIO-aanvulling wordt vernietigd voor de periode 1 juli 2007 tot 1 juli 2008 en herroepen.